Onroerende zaakbelastingen

Wie een huis bezit, betaalt onroerendezaakbelastingen (OZB). Bij niet-woningen (bedrijven) betalen de eigenaar en de gebruiker. De aanslag wordt opgelegd aan degene die op 1 januari 2019 eigenaar is van een woning of een niet-woning en aan degene die op deze datum gebruiker is van een niet-woning. Bent u eigenaar en gebruiker van een niet-woning? Dan krijgt u een aanslag OZB voor zowel de eigenarenbelasting als voor de gebruikersbelasting.

Tarieven onroerendezaakbelastingen (woningen)

  • Eigenaren: 0,1544% van de WOZ-waarde
  • Gebruikers: niet van toepassing. Huurders betalen geen OZB

Tarieven onroerendezaakbelastingen (niet-woningen)

  • Eigenaren: 0,3126% van de WOZ-waarde
  • Gebruikers: 0,2139% van de WOZ-waarde

Bezwaar

Bent u het niet eens met de aanslag? Ontvangt u bijvoorbeeld een aanslag voor een pand, waarvan u op 1 januari 2019 geen eigenaar en/of gebruiker bent? Dan kunt u bezwaar maken.

Ontheffing

De situatie op 1 januari van het jaar bepaalt hoeveel OZB u betaalt. Verkoopt u het pand in de loop van het jaar, dan verandert er niets aan de hoogte van de aanslag. De notaris verrekent bij de verkoop meestal de eigenarenbelasting met de nieuwe eigenaar.

Beëindiging van het gebruik van een pand (bijvoorbeeld door verhuizing) verandert ook niets aan de hoogte van de aanslag. Hier staat tegenover dat u voor het in gebruik nemen van een ander pand na 1 januari voor dat jaar geen OZB hoeft te betalen.

Afschaffing gebruikersheffing OZB-woningen

De gebruikersheffing van de OZB op woningen is afgeschaft. Alleen de eigenaar van een woning krijgt nog een aanslag OZB. Ook de niet-woningen met woondelen liften mee in deze maatregel. Op het gecombineerde aanslagbiljet staat bij de gebruikersheffing van deze objecten een andere grondslag: WOZ-waarde minus waarde woongedeelte.